Het is een ramp dat we van onafhankelijkheid een soort ideaal gemaakt hebben.
Je moet op eigen benen kunnen staan. Je eigen geld verdienen. Je eigen keuzes maken. Niemand nodig hebben. Hoe minder je van anderen afhankelijk bent, hoe sterker je blijkbaar bent. Maar ik begin me af te vragen of we daarmee niet precies het tegenovergestelde bereiken van wat we denken. Want wat blijft er van mij over, wie ben ik als ik werkelijk niemand nodig heb? Dan heb ik geen relaties nodig. Geen samenwerking. Geen vertrouwen. Geen zorg. Geen liefde. Geen gesprek. Geen ander mens. Ik zou dan volledig onafhankelijk kunnen zijn. Maar ben ik dan nog steeds van waarde? Dat is voor mij een interessante vraag binnen mijn project Van Onbepaalde Waarde.
Ik begin waarde steeds minder te zien als iets wat in een voorwerp, een persoon of een prestatie zit. Waarde ontstaat naar mijn idee juist tussen dingen en mensen. Een schilderij heeft geen waarde omdat ik als kunstenaar besluit dat het waardevol is. Het krijgt betekenis in de relatie met degene die ernaar kijkt. Een gesprek heeft geen waarde wanneer niemand luistert. Een vriendschap heeft geen waarde zonder een vriend. Geld heeft geen waarde als niemand bereid is het te accepteren. En mijn eigen bestaan krijgt juist betekenis doordat ik mij verhoud tot anderen. Daarmee wordt afhankelijkheid ineens geen tekortkoming meer. Het wordt een voorwaarde. Hoe meer ik afhankelijk ben van anderen, hoe meer relaties ik aanga. En hoe meer relaties er ontstaan, hoe meer mogelijkheden er zijn voor betekenis.
Dat brengt mij opnieuw bij mijn formule:
W = O × R²
Waarde is Onbepaalde Waarde maal Relaties in het kwadraat.
Ik zie die formule niet als een wiskundige waarheid, maar als een gedachte-experiment. De O staat voor het onbepaalde. Voor datgene wat we niet in een bedrag kunnen vastleggen. De R staat voor relatie. En juist dat kwadraat is interessant. Want een relatie is nooit alleen maar één verbinding. Als ik mij met jou verbind, ontstaat er niet alleen iets tussen jou en mij. Jij brengt jouw relaties mee en ik de mijne. Onze werelden raken elkaar. Via jou kom ik misschien weer in contact met iemand anders. En via mij kom jij met anderen in contact.
Een netwerk van relaties groeit niet lineair. Het vermenigvuldigt zich.
Daarom zou onze waarde misschien ook niet groter worden doordat we méér bezitten, maar doordat we méér betekenen binnen de relaties waarin we leven. Dat zet ons economische denken behoorlijk op zijn kop. Want onze samenleving vraagt voortdurend: Wat ben je waard?En meestal bedoelen we: Wat verdien je? Wat bezit je? Wat produceer je? Wat kost je? Wat kun je? Alsof waarde een getal is dat ergens achter onze naam kan worden gezet.
Maar ik zou de vraag inmiddels anders willen stellen: Voor wie ben je van waarde? En misschien nog belangrijker: Met wie- met welke personen ontstaat jouw waarde? Dan wordt een verpleegkundige niet waardevol omdat zij een salaris ontvangt. Een millionair niet omdat hij iets bezit. Een kunstenaar niet omdat zijn schilderij een hoge prijs krijgt. Een vrijwilliger niet omdat zijn uren economisch worden gewaardeerd. Hun waarde ontstaat in de relaties die zij aangaan en in wat er tussen mensen gebeurt.
Dat betekent overigens niet dat geld onbelangrijk is. Geld kan mogelijkheden creëren. Het kan tijd kopen, ruimte geven, zorg mogelijk maken en mensen met elkaar verbinden.
Maar geld is niet de waarde.Het is hooguit een afspraak over waarde.
En precies daar gaat het bij Van Onbepaalde Waarde voor mij over. Ik haal het getal van het biljet. Niet om te zeggen dat het niets waard is. Maar om te weigeren te bepalen wat het waard moet zijn. Ik geef de waarde terug aan de relatie. Aan degene die het biljet ontvangt. Aan degene die het geeft. Aan wat er tussen die twee mensen gebeurt.
We zullen anders naar afhankelijkheid moeten kijken. Ik hoef niet minder afhankelijk te worden om meer waard te zijn. Misschien word ik juist meer van waarde naarmate ik betekenisvoller verbonden ben met anderen. Dat is een ongemakkelijke gedachte in een samenleving die onafhankelijkheid, zelfredzaamheid en bezit zo hoog waardeert. Want als dat waar is, dan is degene die niemand nodig heeft niet noodzakelijk de meest waardevolle mens. Misschien is het wel precies andersom. Misschien is onze afhankelijkheid van elkaar geen bewijs van onze zwakte. Maar het bewijs dat we ertoe doen.
En dan krijgt mijn formule W = O × R² ineens een andere betekenis: Niet: ik ben zoveel waard. Maar: mijn waarde ontstaat uit wat onbepaald is, vermenigvuldigd met de relaties die ik aanga. En omdat ik die relaties nooit volledig kan overzien, kan ik mijn waarde ook nooit definitief vaststellen.
Mijn waarde blijft onbepaald. Gelukkig maar.







Mooi!
En ook dat je een brief hebt gekregen van de Nederlandse Bank op jouw ‘inschrijven’ voor het maken van de nieuiwe biljetten. Zou toch een geweldige boost geven als de NL Bank ‘iets’ meer van onbepaalde waarde kan toevoegen aan de financiéle waarde van ons biljet.
Mooie bespiegeling.
Met een kanttekening over dat kwadraat.
Op zich heel juist: partners brengen hun relaties mee en wederzijds.
Maar voor “echte” waarde hoeft dat geen heel groot aantal te zijn.
Ik kan me indenken dat iemand niet zoveel relaties heeft, maar een paar die het leven echt de moeite waard maken.