Mijn project Van Onbepaalde Waarde roept onvermijdelijk associaties op met het gedachtegoed van Karl Marx. Steeds kom je uit bij dezelfde vraag: wat verstaan we eigenlijk onder waarde? En waarom zijn we er zo van overtuigd geraakt dat die waarde zich laat vastleggen in getallen?

Marx helpt zeker om te begrijpen hoe diep dat idee zit. Hij laat zien dat kapitalisme niet zomaar een economisch systeem is, maar een manier van kijken. Een wereld waarin alles meetbaar moet zijn om te mogen bestaan. Arbeid, tijd, natuur, zelfs relaties — alles wordt herleid tot iets wat kan worden verrekend. Geld doet daarbij alsof het neutraal is, terwijl het ondertussen bepaalt wat zichtbaar wordt en wat verdwijnt.

Toen ik begon met het project Van Onbepaalde Waarde, voelde ik deze analyse eerder dan dat ik haar kon benoemen. Ik gebruikte de vorm van geld, maar haalde het getal eruit. Geen nominale waarde, geen bedrag, geen mogelijkheid tot optellen of vergelijken. Niet als grap, en ook niet als alternatief betaalmiddel, maar als een bewuste weigering. Een kleine ingreep die een groot automatisme blootlegt.

Marx zou dit waarschijnlijk herkennen als kritiek op het warenfetisjisme: het idee dat dingen waarde hebben, los van de mensen en relaties die die waarde toekennen. Maar waar Marx vervolgens zoekt naar een eerlijker manier om waarde te berekenen — via arbeidstijd, planning, verdeling — blijf ik juist haken bij dat rekenen zelf. Bij de vraag waarom we zijn gaan geloven dat tellen de maat van betekenis is.

Daar scheiden onze wegen zich. Marx wil het systeem corrigeren. Ik wil het laten haperen.

Van Onbepaalde Waarde stelt geen nieuw model voor. Het belooft geen rechtvaardige economie en geen betere toekomst. Het opent een tussenruimte. Een moment waarin het vanzelfsprekende kader van waarde even niet werkt. Waarin geld zijn overtuigingskracht verliest en er ruimte ontstaat voor een andere ervaring van betekenis.

In die ruimte wordt zichtbaar hoeveel er buiten beeld valt zolang we blijven rekenen. Zorg, aandacht, aanwezigheid, afhankelijkheid, kwetsbaarheid. Dingen die essentieel zijn, maar zich slecht laten vastleggen in cijfers. Marx benoemt hun uitsluiting. Mijn werk probeert haar voelbaar te maken.

Ik zie mijn project daarom niet als een alternatief voor Marx, maar ook niet als een illustratie van zijn denken. Eerder als een voortzetting op een punt waar hij zelf bleef tellen. Waar hij vroeg wie de waarde produceert en wie haar toe-eigent, vraag ik waarom waarde überhaupt zo hardnekkig meetbaar moet zijn.

Misschien is dat mijn bijdrage: niet het ontwerpen van een andere economie, maar het openhouden van een vraag. Wat als waarde niet iets is wat je bezit, maar iets wat ontstaat tussen mensen? Wat als betekenis niet optelbaar is, maar relationeel? En wat gebeurt er als we het lef hebben om dat even niet dicht te timmeren?

Ik weet het antwoord niet.
Maar ik weet wel dat we die tussenruimte nodig hebben.
En dat ik de tussenruimte, met biljetten Van Onbepaalde Waarde, tastbaar probeer te maken.